Er zijn van die plekken die je eigenlijk alleen in Frankrijk tegenkomt. De Bar-Tabac is daar één van.
Herkenbaar aan het rode bord boven de deur. Je drinkt er een espresso aan de bar, eet tussen de middag een plat du jour, bestelt aan het einde van de middag een pastis op het terras en koopt tussendoor een krant, een kraslot of een pakje sigaretten.
Ga er een half uur zitten en je hoeft je geen moment te vervelen. De deur gaat voortdurend open en dicht. Aan de bar begint een man om tien uur ‘s ochtends rustig aan zijn eerste biertje. Even verderop drinkt iemand een espresso terwijl hij zijn geluk beproeft met een kraslot. Er wordt begroet, bijgepraat en afgerekend. Bij vertrek roept de ober de vaste gasten nog na: “À demain!”
Als ik tijdens een vakantie ineens nergens meer te bekennen ben, is de kans groot dat ik een Bar-Tabac heb ontdekt. Je vindt me dan op het terras waar ik me moeiteloos vermaak met alles wat zich voor mijn neus afspeelt.
In La Turbie liep de eigenaar onafgebroken heen en weer tussen de toonbank en het restaurant, terwijl mensen binnenkwamen voor sigaretten, een kraslot, een koffie of de plat du jour. De stoelen vielen bijna van ellende uit elkaar en aan het interieur was duidelijk al jaren niets meer gedaan, maar we aten er wél de lekkerste pizza van de vakantie.
In Goult was de Bar-Tabac klein. Midden in het dorp, met twee tafeltjes voor de deur die altijd bezet leken. Iemand die tijdens het uitlaten van de hond snel een koffie dronk, terwijl de hond steevast een bakje water kreeg. Dorpsbewoners die elkaar tegenkwamen bij het halen van de krant en vervolgens nog even bleven praten.
In Carry-le-Rouet is de Bar-Tabac weer heel anders. Groter, levendiger en tegelijk ook een brasserie waar de hele dag mensen aanschuiven. Vanaf de eerste koffie in de ochtend tot het laatste glas wijn aan het einde van de dag is er beweging. Van alle restaurants in het dorp was de bediening daar zonder twijfel het vriendelijkst. Niet overdreven, maar op een ontspannen manier waarop iedereen evenveel aandacht krijgt, of je er nu iedere dag komt of voor het eerst aanschuift. Zonder op zijn computer te kijken wist de ober direct wat we moesten afrekenen en de prijzen waren meer dan schappelijk.
Mijn gedachten gaan altijd met me aan de haal als ik daar zo zit. Niet alleen vraag ik me af wie die mensen zijn die daar komen en hoe hun levens eruit zien, maar ook bedenk ik me wat het Nederlandse equivalent van de bar-tabac eigenlijk zou zijn. Een Primera waar je tussen de middag aanschuift voor de daghap? Een tankstation waar het halve dorp aan het einde van de middag samenkomt voor een pastis?
Nee, zo’n plek bestaat bij ons helemaal niet. Waar iedereen welkom lijkt. Waar de dorpsgek om tien uur ‘s ochtends zijn eerste biertje bestelt, de oude mannen hun pastis en anderen voor hun werk nog snel een pakje sigaretten komen halen.
Laatst las ik dat de traditionele Bar-Tabac langzaam uit het Franse straatbeeld verdwijnt. En dat zou toch verdrietig zijn. Niet omdat ik hoop dat mensen blijven roken of massaal krasloten blijven kopen, maar omdat juist dit soort plekken steeds zeldzamer worden. Plekken waar de deur de hele dag openstaat, waar je even binnenloopt voor een koffie, een krant of een praatje en vervolgens zomaar een half uur later weer buiten staat.
Want uiteindelijk is een Bar-Tabac veel meer dan een café of een winkel. Het is een van de laatste vanzelfsprekende ontmoetingsplekken van een dorp.
Ik hoop daarom dat ze nog lang blijven bestaan. Want het zijn precies dit soort plekken die een dorp een dorp maken.